
|
Agmon van der Veen nodigt u uit zijn werk te komen bekijken. U bent welkom op iedere donderdagavond van 20-22 uur in de Zutphenstraat 34, 1324JE te Almere. Bel even voor een afspraak naar 036-5345730. Kunsthistoricus Ans van Berkum over Agmon van der Veen tijdens de opening van een expositie:Veel mensen zijn op zoek naar passie. Agmon hoeft dat niet te doen. Hij heeft het. De mensen die het zoeken weten vaak niet waarover ze het hebben. Want als je het hebt is het geen onverdeeld genoegen. Gepassioneerde mensen zijn extreem in hun emoties. Felle flitsen van vreugde en vrolijkheid worden afgewisseld met diepe droefheid. Meningen wellen over hun lippen, ongecensureerd, conflicten komen, kloven, eenzaamheid. Dan de andere kant. Alles wat ze aanraken verandert van kleur. Als ze een kamer binnen komen is de sfeer meteen anders. Het gesprek gaat ergens over. Geen seconde wordt verbeuzeld. Het ervaren verdiept. Het geluk wil dan in het geval van Agmon ook nog dat hij een leraar is. Een mens die iets wil overdragen. een mens die structuur kan aanbrengen. En hij heeft iets over te dragen. Met zijn jarenlange docentschap aan het CKV heeft hij bij heel veel jonge mensen een vlam voor de kunst kunnen ontsteken.Maar dat is niet genoeg. Ooit, vele jaren geleden, hield de bekende kunstenaar Joseph Beuys, het was kort voor zijn dood, de Wilhelm Lehmbruck-lezing. Ik zag daar een fragment van op de tv. Lehmbruck was het geweest die in Beuys de vlam had ontstoken; die het begin markeerde van een lang en succesvol leven als kunstenaar. Nu stond de oude zieke Beuys daar, en hij zei tegen zijn gehoor, bijna smekend, een vuist in de lucht: Schütze die Flamme! Bescherm de vlam; houdt hem brandend; want dat is waar het om gaat. Hier kijken we naar een expositie van het werk van de kunstenaar, niet de leraar, Agmon van der Veen. Zijn leven van grote gebeurtenissen, die diepe wonden sloegen is in hem verankerd. Zijn werk is daar een neerslag van. En kijk wat er gebeurt nu hij het hier, samen met Esther, heeft opgehangen: het werk geeft de ruimte warmte. Het leeft. Je ziet een gedachte, een streven, een weg die bij ieder schilderij opnieuw begint. Zijn schilderijen zien er uit alsof ze rechtstreeks uit zijn geladen ziel geboren worden. Krachtig tekent hij contouren, die met kleur gevuld op het doek de massa winnen die ze nodig hebben om tegen het witte fond een lichaam te worden. Duisternis en duivels worden verdrongen. Er is een lijf dat een ander raakt, een borst, een been, een hand die een andere hand zoekt of wegslaat. Houdingen van reiken, duwen, vinden en afstoten, wringen zich naast elkaar in de krappe ruimte van het doek, dat door Agmon's specifieke schilderkunstige benadering zijn krapheid verliest, en uitdijt tot grenzeloosheid. Tot deel van de wereld. Elk schilderij van Agmon van der Veen toont zijn virtuoze beheersing van het vak dat schilderkunst heet. Hij schildert omdat hij het kan; omdat het zijn natuur is, als een kind dat zomaar wat op de gitaar zit te tokkelen. Intussen leert hij bij elk werk. Elk voltooid schilderij voegt een stukje toe aan zijn virtuositeit. En hij schildert omdat er iets te zeggen is. Hij schildert als die innerlijke fakkel brandt, die hem tot uitdrukking dwingt. Wat zegt hij? Hij zegt wie hij is. Hij ontvouwt zijn ervaring. Hij tast de macabere groteskheid af die opdoemt als je jezelf onder een vergrootglas legt. Maar hij schetst ook wie we allemaal zijn. Een zak vol onbeheersbare driften. Die vervloekt elastische morele vitaliteit die we hebben, die ons bij tijd en wijle tot tranen van schaamte roert; dat zijn wij. Agmon van der Veen drukt het uit met lege witte ogen in een felrood gezicht dat zich schijnt te willen terugtreken in de coulissen van het kwaad. En hij plaatst die tronie naast een keur aan warme open vrouwenlijven, die kruipen, buitelen en omarmen. Die zich kunnen verstrengelen en een ander lichaam kunnen koesteren. Deze schilderijen hebben geen titels. Het zijn geen illustraties, geen verhalen. Elk schilderij is een overwinning op remmingen en ongenoegen, op droefheid en verbijstering. Elk schilderij is voor Agmon een telegram aan de hemel; een terugkomen naar het licht. En dan komen wij in beeld. "Als een mens zich openstelt wordt hij geprikkeld de verbinding te leggen met zijn eigen innerlijk", zei Agmon tegen mij. Wat het werk voor Agmon doet kan het ook voor ons doen. Ieder die kijkt kan die lijn naar zijn innerlijk terugvinden; naar de liefde voor zichzelf en daarmee voor alles. Houdt die lijn vast. Schütze die Flamme! Zegt Agmon van der Veen tegen u. Pas als het kunstwerk gezien is, pas als het is opgenomen door een ander mens, is de cirkel rond. Agmon van der Veen heeft zichzelf kunnen bewaren op een extreem vijandig levenspad. |